Best-Anders.nu
 

CDA VERKIEZINGSPROGRAMMA 2010 - 2014

1. DOELSTELLING VERKIEZINGSPROGRAMMA

Het doel van het verkiezingsprogramma 2010 is om als CDA Best:
  1. Onze visie op de ontwikkelingen in onze gemeente helder en duidelijk weer te geven.

  2. Het programma een prominente rol te laten spelen tijdens de campagne.

  3. Het verkiezingsprogramma te gebruiken als kaderstelling bij eventuele collegeonderhandelingen resulterend in bestuursverantwoordelijkheid voor het CDA.

2. UITGANGSPUNTEN VERKIEZINGSPROGRAMMA

De belangrijkste uitgangspunten voor het samenstellen voor ons verkiezingsprogramma zijn hieronder weergegeven. Op basis hiervan kan invulling worden gegeven aan het besturen van de gemeente Best als basis van het openbaar bestuur. Het CDA:
  1. Is een partij die tussen de mensen en hun gemeenschappen staat zoals het gezin, de school, de kerk en tal van organisaties.

  2. Kiest voor een samenleving waarin op grond van gedeelde waarden en normen iedereen telt.

  3. Doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de burgers en hun organisaties maar ook op gespreide verantwoordelijkheid waar nodig.

  4. Is een brede volkspartij die plaats biedt aan veel verschillende mensen waarbij de Bijbelse boodschap ons bindt en inspireert bij het zoeken naar oplossingen van problemen.

  5. Vindt politiek geen doel op zich maar een manier om zaken in de samenleving voor elkaar te krijgen. Samenwerken is daarom belangrijk.

  6. Ziet sociale gerechtigheid en solidariteit als kernbegrippen.

3. DE PARAPLU VOOR DE THEMA’S

    Wij streven naar een solide financieel, sociaal en economisch beleid waarbinnen flexibel en proactief ingespeeld wordt op actuele ontwikkelingen en de juiste prioriteiten worden gesteld. Dit op basis van brede, door de gemeenschap gedragen thema’s. Deze thema’s dienen vervolgens zo effectief en doelmatig mogelijk gerealiseerd te worden binnen de gestelde randvoorwaarden. Dit alles vanuit het vertrekpunt van wederzijds vertrouwen omdat dat de basis vormt voor iedere vorm van samenwerken.

4. DE THEMA’S

4.1. ONZE OUDEREN

Ouderen zijn niet te benoemen tot een groep. De meesten kunnen goed zelfstandig functioneren. Daarnaast is er een groep kwetsbaren. Voor deze laatste groep blijven wij streven naar adequaat specifiek beleid. Verder willen wij bijzondere aandacht schenken aan de grote groep ouderen die wel zelfstandig kunnen functioneren. Dit door bij deze groep actief burgerschap te stimuleren en te faciliteren onder het motto: 'het verzilveren van de vergrijzing'. Wij maken ons verder onder andere sterk voor:

  1. Bijzondere aandacht voor en zoveel mogelijk ondersteuning van ouderen (gehuwd, samenwonend of alleenstaand) met een klein inkomen.

  2. Stimuleren extra (duurzame) woningbouw voor senioren door onder meer subsidies ter beschikking te stellen.

  3. Het bevorderen van goede verkeers en sociale veiligheid voor ouderen (en andere verkeersdeelnemers) door verkeersremmende maatregelen waar nodig en extra aandacht voor handhaving evenals het zorg dragen dat openbare voorzieningen zowel fysiek, financieel als mentaal toegankelijk blijven voor onze ouderen.

  4. Stimuleren en ondersteunen van die organisaties en instellingen die zich inzetten voor ouderen in de meest brede zin van het woord zoals ziekenbezoekgroepen, vrijwilligersorganisaties, mantelzorgers en ouderenbonden. Begeleiding en het tegengaan van vereenzaming in de laatste levensfase vormen daarbij bijzondere aandachtspunten.

  5. Het zoveel als mogelijk stimuleren en realiseren van (betaalbare) ouderenhuisvesting binnen een verantwoorde afstand van basisvoorzieningen.

  6. Het zoveel als mogelijk stimuleren en ondersteunen van ‘tijdelijke’ bijwoning van ouderen bij hun kinderen.

  7. Het zoveel als mogelijk ondersteunen van het ondersteunend wonen bij zorgcomplexen.

4.2. ONZE JONGEREN

Wij vinden dat jongeren (pro)actief betrokken moeten worden bij ontwikkelingen binnen onze de gemeente waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met hun wensen, dromen en zorgen. Wij hechten tevens veel belang aan het gezin als plaats voor de overdracht van waarden en normen waarbij wij het belang erkennen van de samenwerking tussen de jongeren zelf, gezin, school, kerken, maatschappelijke organisaties en de gemeente waarbij deze laatste een intensieve samenwerking tussen alle partijen stimuleert, ondersteunt en waar nodig zelf initiatief neemt. Ter ondersteuning van onze jongeren maken wij ons onder andere sterk voor:

  1. Zorgen voor (duurzame) woningbouw voor jongeren (starters en eenpersoonshuishoudens) door subsidies ter beschikking te stellen.

  2. Ondersteunen jeugdige mantelzorgers door deze van een opleiding te voorzien waarbij de gemeente een financiële bijdrage levert.

  3. Stimuleren en ondersteunen van de maatschappelijke stages door actief te ondersteunen bij het vinden en begeleiden van stageplaatsen.

  4. Het structureel ondersteunen van het jongerenwerk in Best en het intensiveren van de contacten met maatschappelijke organisaties zoals Welzijn Best, TODO en het Heerbeeck College.

  5. Het belang van opleiding en het voorkomen van schoolverzuim en vroegtijdige schoolverlating onderstrepen door actief actie te ondernemen en de ouders erbij te betrekken.

  6. Een strikt preventief en corrigerend drugsbeleid.

  7. Het stimuleren van het gebruik van sportverenigingen, het jongerencentrum TODO en dergelijke.

4.3. HET GEZIN

Wij vinden een stabiele gezinssituatie van groot belang voor ouders/opvoeders en voor kinderen om van daaruit in hun sociale en maatschappelijke omgeving te kunnen functioneren. Goede gezinsrelaties zijn essentieel voor een evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling en een goede opvoeding maakt daar een onlosmakelijk deel van uit. Met betrekking tot dit alles maken wij ons onder andere sterk voor:

  1. Het opzetten van een goed functionerend ‘centrum voor jeugd en gezin’ ter bevordering van een stabiele gezinssituatie.

  2. Een goede kinderopvang is wezenlijk ter ondersteuning van gezinnen met jonge kinderen.

  3. Het met voortvarendheid doortrekken van de ingeslagen weg met betrekking tot integrale wijkontwikkeling.

  4. Het stimuleren en zoveel als mogelijk ondersteunen van wijk en buurtverenigingen, sportverenigingen, scholen, kerken, en vrijwilligersorganisaties.

4.4. CENTRUMPLAN

De aanzet tot de eerste fase Molenstraat is gegeven. Wij hebben ‘nee’ gestemd tegen deze eerste fase vanwege de slechte financiële onderbouwing door het college. Inhoudelijk zijn wij het echter eens met wat is gepresenteerd. De overige fasen van het centrumplan komen pas in de komende raadsperiode aan de orde. Met betrekking tot het centrumplan maken wij ons onder andere sterk voor:
  1. Het nastreven van een balans tussen realiteitszin en financiële haalbaarheid waarbij goed zicht is op de (financiële en niet-financiële) risico’s en waarbij gestreefd wordt om deze risico’s te minimaliseren dan wel op te heffen. Een lastenverzwaring ten gevolge van het centrumplan voor onze inwoners moet zoveel als mogelijk vermeden worden en mag zeker niet ten koste gaan van het wijkvoorzieningenniveau in Best.

  2. Uitgangspunt is dat het huidige gemeentehuis op de huidige locatie gehandhaafd blijft. Het CDA onderschrijft nog steeds de visie dat er een nieuw gezellig centrum in Best moet komen. Kwaliteit en betaalbaarheid moeten hand in hand gaan.

  3. Cultuur: regionale samenwerking moet nadrukkelijk gestimuleerd worden, evenals het ontwikkelen van alternatieven voor het huis van Bestuur en Cultuur zoals bijvoorbeeld het vernieuwen/renoveren van het Tejaterke en het medegebruik van de Lidwinakerk.

  4. Ondernemers en inwoners nadrukkelijker betrekken bij het toekomstbestendig en aantrekkelijk maken van het centrum (bijvoorbeeld: winkels en winkelaanbod, groen en overige voorzieningen).

  5. Een zodanige (nieuwe) verkeersstructuur dat doorgaand verkeer ontmoedigd wordt. Tevens zal er extra aandacht besteed moeten worden aan mogelijke parkeeroverlast voor de aangrenzende wijken.

  6. Betaalbare huur en koopwoningen in het centrum met extra aandacht naar starters , senioren en eengezinswoningen.

4.5. ECONOMISCHE ONTWIKKELING, ARBEIDSMARKT EN WERKGELEGENHEID

Wij stellen ons op het standpunt dat de lokale werkgelegenheid zowel nu als voor de toekomst proactief gestimuleerd moet worden waarbij een evenwicht bewerkstelligd moet worden tussen bedrijfsleven in de brede zin en inwoners voor wat betreft wonen, werken recreatie, groen, milieu en veiligheid: de kwaliteit van leven en werken. Hierbij maken wij ons sterk voor realiteitszin en financiële haalbaarheid van projecten oftewel goed rentmeesterschap en streven wij onder andere naar:

  1. Intensieve communicatie en informatie met en tussen alle doelgroepen zoals bedrijfsleven (Midden en Klein Bedrijf (MKB), winkeliersverenigingen, horecaondernemers, Land en Tuinbouworganisatie (LTA) en burgers.

  2. Het stimuleren van de lokale duurzame economische bedrijvigheid dat niet ten mag koste mag gaan van de kwaliteit van leven.

  3. Het optimaliseren van het servicecontactpunt voor ondernemers om een zo optimaal mogelijke bijdrage te leveren aan een goed werkgevers en vestigingsklimaat.

  4. Het maximaal benutten van mogelijkheden op bestaande bedrijfsterreinen om ruimten te reserveren voor bedrijven die onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden hebben.

  5. Voldoende parkeergelegenheid op bedrijventerreinen waarmee tevens een bijdrage wordt geleverd aan de algehele veiligheid.

  6. Het behouden van de zaterdagse weekmarkt aangezien deze van groot belang is voor Best.

  7. Het in beginsel zoveel als mogelijk concentreren van detailhandel in bestaande winkelcentra.


Wij vinden tevens dat werk de beste vorm is van sociale zekerheid. Het biedt mensen een eigen inkomen, sociale contacten, het gevoel een nuttige bijdrage te leveren aan de samenleving en de mogelijkheid zich te ontplooien. Langdurige werkloosheid is voor velen een tragedie. Daarom zetten wij ons in voor een zo groot mogelijke instroom naar werk en uitstroom vanuit de sociale zekerheid en maken ons daarbij onder andere sterk voor:

  1. Een zo groot mogelijke uitstroom uit de sociale zekerheid (bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden) naar werk.

  2. Een sluitende aanpak van schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten maar ook jongeren die even een tijdelijke baan hebben maar dan weer werkloos raken.

  3. Koppeling van gemeentelijk economisch beleid aan inspanningen om mensen met een bijstandsuitkering en mensen met een beperking aan het werk te helpen.

  4. Effectieve, efficiënte en eenduidige organisatie van de toeleiding naar de arbeidsmarkt van WSW (Wet Sociale Werkvoorziening) geïndiceerden: passend werk in een normale omgeving. Een beschutte werkomgeving moet beschikbaar zijn voor diegenen die erop aangewezen zijn.


Met betrekking tot het re-integratiebeleid vinden wij dat een adequate inkomensvoorziening een onderdeel moet vormen van het vangnet maar waarbij wij ook appelleren op de individuele verantwoordelijkheid en waarbij wij ons sterk maken voor onder andere:

  1. De maatschappelijke inzet van uitkeringsgerechtigden (maatschappelijke stage voor jongeren, mantelzorg) waarmee ook inhoud kan worden gegeven aan goed burgerschap.

  2. Bevorderen re-integratiebeleid door het ter beschikking stellen van subsidies, waarbij de vraag uit het bedrijfsleven leidend moet zijn, met tevens blijvende aandacht voor innovatie.


Tenslotte stellen wij ons op het standpunt dat het gebruik van de bestaande regelingen sterk moet worden ge-stimuleerd door actieve benadering en voorlichting. Daarnaast vinden wij dat tegen het misbruik maken van regelingen hard en onverbiddelijk moet worden opgetreden.

4.6. LEEFBAARHEID EN VEILIGHEID

Wij gaan uit van een grote betrokkenheid van het individu voor de samenleving. Een samenleving waarbij sprake is van wederzijds vertrouwen tussen inwoners en gemeente waarbij de wensen en zorgen van de inwoners zowel voor het heden als de toekomst centraal staan. Wij stellen ons daarbij op het standpunt dat individuele verantwoordelijkheid hand in hand dient te gaan met de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Niet alleen deze verantwoordelijkheden kennen maar er ook naar handelen en waar nodig elkaar daarop aanspreken. Met betrekking tot de leefbaarheid en veiligheid maken wij ons onder andere sterk voor:

  1. Goed rentmeesterschap (onder meer bevorderen duurzaamheid, milieu, groen);
  2. Stimuleren van verdraagzaamheid en het delen van waarden en normen door initiatieven op dat gebied te ondersteunen.

  3. Het aanstellen van meer Buitengewone Opsporingsambtenaren (Boa’s) ter bevordering van leefbaarheid en veiligheid.

  4. Het opstellen van (aanvullend) preventief beleid met betrekking tot leefbaarheid en veiligheid in nauwe samenwerking met bondgenoten zoals bewonersorganisaties, welzijnsinstellingen, ouderen en jongerenorganisaties evenals het uitvoeren en de handhaving daarvan.

  5. Stimuleren sociale harmonie door ondersteuning gemeenschapshuizen, buurtvoorzieningen, het verenigingsleven en bewonersparticipatie.

  6. Het nadrukkelijk bevorderen en stimuleren van het jongerenwerk in onze gemeente waardoor hun maatschappelijke participatie wordt bevorderd.

4.7. MILIEU, VERKEER EN VERVOER

Kwaliteit van het leefmilieu is de basis voor het algemene welzijn van mensen. Daarnaast vormt mobiliteit een groot goed waarop iedereen recht heeft. Overlast en nadelige effecten zullen in samenspraak geminimaliseerd dan wel opgeheven moeten worden. Om dit alles te realiseren maken wij ons onder andere sterk voor:

  1. Meer handhaving bij de inrichting van verblijfsgebieden.

  2. Het minimaliseren van de luchtverontreiniging en geluidsoverlast op de A 58 en A2.

  3. Zoveel als mogelijk weren van giftransporten via het spoor door Best waarbij gelijkertijd wordt meegedacht over alternatieven (bijvoorbeeld de Betuwelijn).

  4. Het in Best toepassen van duurzaam bewezen technieken waarbij we er wel voor moeten waken dat Best geen proeftuin wordt voor nieuwe experimenten.

  5. Onze basisprincipes zijn dat er draagvlak moet zijn voor het uitbreiden van het aantal vluchten op en vanaf Eindhoven Airport en dat het een wezenlijke bijdrage moet leveren aan de regionale ontwikkeling. Dit alles binnen aanvaardbare normen voor wat betreft milieu en leefbaarheid. Militair vliegverkeer moet zoveel mogelijk worden geweerd.

  6. Extra aandacht aan de ontsluiting over het grondgebied van Best als Son gaat bouwen bijvoorbeeld in de Sonniuswijk. Tevens vinden wij dat er een definitieve (veilige) oplossing moet komen voor de fietsers op de Sonseweg.

  7. Het behouden van Best als intercitystopplaats ook in de toekomst.

  8. Maximale inspanning voor een goede verkeersontsluiting in Best (aanpak problematiek ringweg rond Heuveleind/Heivelden, Sonseweg, Willem de Zwijgerweg e.d.

  9. Het zoveel als mogelijk uitbesteden van milieutaken met uitzondering van de wettelijke taken die de gemeente zelf inhoud moet geven.

  10. Het zo mogelijk afschaffen van gedifferentieerde tarieven en hondenbelasting.

  11. Het CDA zet zich in voor het creëren van voldoende parkeerplaatsen zowel in de wijken als op bedrijfsterreinen.

4.8. RUIMTELIJKE ORDENING EN WONEN

Bij de ruimtelijke ordening gaat het in Best om de kernbegrippen leefbaarheid, leefkwaliteit en ruimte voor duurzame economische ontwikkelingen.
Dit betekent concreet dat wij ons inzetten voor onder andere:

  1. Meer kleinere woningen c.q. studio’s voor starters, senioren en eengezinshuishoudens in verband met verdunning bevolking.

  2. Het zo doelmatig en doelgericht ondersteunen van mantelzorgers.

  3. Terughoudendheid met betrekking tot welstandsbeleid. De gemeente dient zich meer te richten op de hoofdlijnen.

  4. Het nog nadrukkelijker in samenspraak met de wijkbewoners tot stand komen van wijkbeheer.

  5. Het in tempo realiseren van inbreiden voor uitbreiden.

  6. Het regelmatig toetsen van het Regionaal Structuur Plan aan de ontwikkelingen.

  7. Een balans tussen sociale woningbouw en particuliere sector.

  8. Duidelijke prestatieafspraken met instellingen wat betreft: zorgwoningen, crisisopvang, begeleid wonen en dergelijke.

4.9. HET LANDELIJK GEBIED

Best bezit een mooi landelijk gebied. Door de huidige economische ontwikkelingen zullen er meer mogelijkheden moeten worden geschapen om dit in de toekomst te blijven waarborgen. Daarom zetten wij ons in om onder andere:

  1. Waar nodig regelingen aan te passen en tevens open te staan voor nieuwe initiatieven om tot nieuwe economische dragers in het buitengebied te komen.

  2. Te komen tot optimalisatie bij de ontwikkeling van het landelijk gebied zoals het Groene Woud en dergelijke waarbij particulier initiatief wordt gestimuleerd. Het uiteindelijk streven is om Best een groene poort tot het Groene Woud te laten zijn en blijven.

  3. Te komen tot verruiming van mogelijkheden tot hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwingen in het buitengebied waarbij verschillende functies zoveel als mogelijk samengaan. Duurzame economische bedrijvigheid is een basisvoorwaarde voor een vitaal landelijk gebied.

  4. Een blijvende bijdrage te leveren aan de leefkwaliteit door bijvoorbeeld het aanleggen van kleurrijke wegbermen.

  5. Zorg te dragen dat de reguliere landbouw de mogelijkheden heeft voor een duurzaam voortbestaan.

4.10. ONDERWIJS

Wij onderschrijven de belangrijke rol van scholen in hun maatschappelijke omgeving en de wijze waarop zij functioneren in de buurt of de wijk met daarbij open oog voor wat er om hen heen gebeurt en daarop inspelen. Dat betekent onder meer tijdig inspelen en samenwerken op het gebied van achterstandenbeleid, schoolverzuim, vroegtijdig schoolverlaten, voor en naschoolse educatie, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Dit alles om er voor te zorgen dat de individuele leerling optimale mogelijkheden wordt geboden. Wij hechten tevens grote waarde aan de betrokkenheid van ouders bij scholen zowel in leerprojecten als in bestuurlijke functies. Daarnaast maken wij ons sterk voor onder andere:

  1. Dat leerlingen kunnen deelnemen aan buitenschoolse activiteiten waarbij zo weinig mogelijke (onder andere financiële) drempels worden opgeworpen.

  2. Het zoveel mogelijk voorkomen van voortijdige uitval aangezien dit een integraal onderdeel vormt van het achterstandenbeleid.

  3. Het afstemmen van schoolhuisvesting op nieuwe ontwikkelingen in de samenleving, waaronder voor en naschoolse opvang in het onderwijs.

  4. Het zo optimaal mogelijk benutten van aanwezige onderwijsaccommodaties en zo nodig door meervoudig gebruik, met inachtneming van randvoorwaarden voor verschillende leeftijdsgroepen en functies.

  5. Het bieden van mogelijkheden aan volwassenen om zich verder te vormen door scholing in de brede zin van het woord.

4.11. PARTICIPATIE/SOCIAAL BELEID

Met betrekking tot dit thema maken wij ons sterk voor onder andere:

  1. Het stimuleren en ondersteunen van maatschappelijke stages.

  2. Optimalisering van bestaande sportvoorzieningen. Indien een derde sportpark noodzakelijk is zal het CDA zich daarvoor inzetten.

  3. Cultuur, sport en sportverenigingen dienen ondersteund te worden en deelname daarvan gestimuleerd. Het CDA is van mening dat het ‘Tejaterke’ moet blijven bestaan.

  4. We onderkennen de noodzaak van het bestaan van de voedselbank omdat die een structurele rol speelt in de bestrijding van armoede. Naast de jaarlijkse subsidie ter grootte van de huurpenningen kan subsidie verstrekt worden in de exploitatiekosten.

  5. Het indien nodig streven naar aanvullende steun voor ouderen die uitsluitend met een AOW-uitkering al dan niet aangevuld met een klein pensioen moeten rondkomen.

  6. Het verder doorontwikkelingen en bekend maken van één loketfunctie voor alle zorgaanvragen van mensen met beperkingen, chronisch zieken en andere zorgvragers.

  7. Het verder voortvarend oppakken van de uitvoering van de WMO waarbij de kwaliteit continu dient te worden bewaakt door monitoring.

  8. De (verdere) integratie door participatie van allochtonen die dus niet stopt bij afronding van de cursus tot inburgering maar ook in verdere begeleiding.

  9. Het steunen van initiatieven om ervoor te zorgen dat mensen met beperking(en) beter kunnen participeren in de samenleving en zoveel mogelijk gebruik kunnen blijven maken van allerlei voorzieningen maar ook dat er indien nodig aangepaste woningruimte voorhanden is dan wel gecreëerd wordt.

4.12. BESTUUR EN FINANCIEN

Met betrekking tot Bestuur en Financiën maken wij ons onder andere sterk voor:

  1. Een gemeente Best die financieel gezond moet zijn en blijven met het oog op de toekomst voor onze (klein)kinderen. De financiële reserves moeten voldoende zijn om redelijkerwijs tegenslagen op te kunnen vangen.

  2. De bedrijfsprocessen binnen het gemeentelijk apparaat moeten (verder) geoptimaliseerd worden om de klantgerichtheid te verbeteren. De ambtenaren moeten daar actief bij worden betrokken.

  3. Het zo laag als mogelijk in de organisatie neerleggen van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden wat de doelmatigheid en doelgerichtheid ten goede komt.

  4. Het onderbrengen van de portefeuille Personeel en Organisatie bij een wethouder vanwege de politieke verantwoordelijkheid en aanspreekbaarheid.

  5. Het elkaar aanspreken op van te voren vastgestelde te behalen meetbare resultaten zowel financieel als niet-financieel moet gemeengoed worden. Daarbij moet vermeden worden dat risicomijdend gedrag de boventoon gaat voeren maar juist dat het, binnen gegeven kaders, nemen van initiatief wordt bevorderd respectievelijk wordt beloond.

  6. Een zo klein mogelijke en zo groot als noodzakelijke professionele organisatie waar klantgerichtheid en klanttevredenheid kernbegrippen vormen.

  7. Het in het leven roepen van de oude commissiestructuur.